De dilemma’s van de trainer

En de vier inzichten die je helpen om jezelf en jouw spelers nog beter te ontwikkelen.

Als trainer loop je tegen verschillende dilemma’s aan. Je wilt bijvoorbeeld duidelijke afspraken maken, maar tegelijkertijd voldoende vrijheid en ruimte aan je spelers bieden. Daarnaast wil je natuurlijk resultaat halen, maar dat mag dan weer niet ten koste gaan van het spelplezier. Je wilt individuele aandacht aan je spelers geven, maar ook met de hele groep tegelijkertijd bezig zijn. En tot slot: je kunt wel de hele tijd aanwijzingen aan al je spelers geven, maar hoe zorg je ervoor dat ze zelf tot de juiste oplossingen komen?

In de opleidingen van Scherp Volleybal besteden we veel aandacht aan de vier inzichten van trainerschap. En deze vier inzichten helpen je bij het geven van een antwoord op de bovenstaande vragen. NOC*NSF en alle sportbonden ontwikkelden (in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) de inzichten voor het programma over sportplezier, en wij vinden dat iedere trainer er ontzettend veel aan kan hebben.

Elke trainer is op zoek naar de juiste balans. Bewaak je de structuur en hamer je op de afspraken of geef je sporters juist vrijheid en ruimte? Leg je de nadruk op resultaten of op plezier? Richt je je op de gehele groep of op het individu? Geef je veel instructie en aanwijzingen, of daag je de sporters juist uit om ook zelf na te denken? Met deze vier inzichten kun je zowel jezelf als je sporters nog beter ontwikkelen. En kun je nog meer plezier krijgen in het sporten.

Structureren

Je maakt afspraken en biedt duidelijkheid en structuur zodat iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt.

Structuur geeft ruimte

Het grote verschil tussen vrij spelen op straat en sporten bij een vereniging is: structuur. Als trainer is het belangrijk om structuur te bieden: dat geeft iedereen houvast. Hoe duidelijker de structuur en de afspraken, hoe beter sporters weten waar de grenzen liggen. Bínnen die grenzen kan veel! Dankzij de uitgezette kaders weet iedereen waar hij of zij aan toe is en is er juist ruimte voor bewegingsvrijheid.

Uitspreken, afspreken en aanspreken

Structureren kost eerst natuurlijk tijd, maar het levert uiteindelijk veel rust op en daarmee bespaar je juist tijd. Het gaat bij structureren om uitspreken, afspreken en aanspreken. Zorg dat je als trainer uitspreekt wat je van de sporters verwacht. Als je duidelijke afspraken maakt, weet iedereen wat er van hem of haar wordt verwacht. Dat geldt ook voor de ouders langs de lijn. En als grenzen worden overschreden kun je, of eigenlijk moet je, elkaar daarop tijdig aanspreken.

Stimuleren

Je enthousiasmeert, stimuleert, complimenteert en legt de nadruk op wat goed gaat. Fouten maken mag.

Plezier // ontwikkelen

Als trainer wil je dat de sporters in jouw groep steeds beter worden in hun sport en natuurlijk ook dat ze plezier hebben. Besef daarbij dat plezier en leren hand in hand gaan. Stel plezier centraal en laat sporters zich van daaruit ontwikkelen. Iemand die met plezier sport, durft nieuwe dingen uit te proberen. En als een sporter iets nieuws onder de knie heeft, beleeft hij daaraan weer veel plezier en groeit zijn zelfvertrouwen. Een mooie leercirkel!

Positieve, eerlijke en concrete complimenten

Stimuleren betekent het positief aanmoedigen van sporters en het geven van eerlijke, concrete complimenten. In plaats van je te richten op het eindresultaat, zoals de overwinning of het doelpunt, werkt het veel beter om waardering uit te spreken over de persoonlijke vooruitgang en de getoonde inzet. Het krijgen van complimenten stimuleert sporters om het beste uit zichzelf te halen. Dat is waar je het als trainer voor doet.

Individueel aandacht geven

Je zorgt dat iedereen zich gezien en erkend voelt en je probeert je aanwijzingen af te stemmen op het niveau van iedere sporter.

Iedereen wil erkenning

Zorg altijd dat iedere sporter zich gezien voelt en dat je hem of haar waardeert. Niet alleen de toppertjes en de praatjesmakers, maar juist ook de verlegen jongen, het bescheiden meisje en de minder getalenteerde sporter. Erken en waardeer individuele kwaliteiten en verschillen. Door iedereen op waarde in te schatten, zorg je dat iedereen zich op zijn gemak voelt binnen de groep. Dat is belangrijk, want iedereen heeft de behoefte om er helemaal bij te horen.

Geen sporter is hetzelfde

Tijdens een training of wedstrijd richt je je aanwijzingen, complimenten of vragen meestal op de hele groep. Maar geen sporter is hetzelfde en geen sporter leert op dezelfde manier. Wees je bewust van de niveauverschillen en pas je aanwijzingen daar op aan. De ene sporter wacht op sturende aanwijzingen, de andere floreert juist bij vrijheid. De een heeft behoefte aan een aai over de bol, de ander aan een extra aanmoediging.

Regie overdragen

Je stelt vragen, je luistert naar de sporters en probeert ze stapsgewijs verantwoordelijk te maken voor hun eigen leerproces.

Zelf nadenken // sneller ontwikkelen

Het is heel verleidelijk om als trainer/coach tijdens trainingen en wedstrijden precies te vertellen wat sporters moeten doen. Maar het spel van sporters verbetert vaak als ze zelf inzien wat ze beter kunnen doen en zelf nadenken hoe ze zich kunnen ontwikkelen. Dat hoeven ze echt niet altijd van jou te horen. Stel je feedback dus eens uit of geef keuzeopties. Dat stimuleert de sporter na te denken over zijn eigen leerweg.

Realisatie van persoonlijke doelen

Geef sporters de verantwoordelijkheid voor het stellen en realiseren van zélf gekozen doelen. In de praktijk betekent dit dat je minder sturend bent dan je gewend bent, meer open vragen stelt en sporters beloont voor hun gemaakte keuzes. Wat krijg je ervoor terug? Sporters die zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun persoonlijke doelen, zullen gemotiveerder zijn en zich zo sneller ontwikkelen.

Bronnen:

https://sportplezier.nl/over-ons

https://sportplezier.nl/trainercoach-4inzichten

https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=3599&m=1422883354&action=file.download

Leave a Comment