Zo leer je positief coachen. 9 eenvoudige tools

Onder spanning worden we vaak negatief. In sportieve situaties, maar ook daarbuiten. We kijken vooral naar wat er niet goed gaat en hameren voortdurend op resultaten. Terwijl het juist beter gaat als je dat ombuigt naar iets positiefs. Dat snappen we meteen. En weten we eigenlijk ook wel. Maar het doen in de praktijk, dat is nog niet zo makkelijk. Daarom geven we 9 tools waarmee je eenvoudig op weg kunt naar een positief coachklimaat.

1. Wat gaat er goed?

Kijk vooral naar wat er wél goed gaat en beschouw de goede dingen niet als vanzelfsprekend, maar benoem ze expliciet: vul de ‘emo-tank’ van je spelers door véél complimenten te geven, eerlijk en concreet.

2. Wees taakgericht i.p.v. resultaatgericht

Praat bij een wedstrijd niet over de gevolgen van wat je spelers moeten gaan doen (doelpunten maken, winnen, kampioen worden, etc.) maar over wat zij zelf moeten doen en over je uiterste best doen, leren, vooruitgang, etc. Dus: wees ‘taakgericht’ in plaats van resultaatgericht.

3. Beloon inspanning

‘Beloon inspanning’ in plaats van resultaat, bijv. hard werken in plaats van doelpunten, en zorg dat de beloning symbolisch is. (En bedenk ‘stretchdoelstellingen’, dat zijn doelstellingen die iets verder gaan dan wat je spelers al kunnen, maar toch haalbaar zijn. Als het even kan: meetbaar!)

4. Bedenk een foutenritueel

Bedenk een ‘foutenritueel’ voor jouw team of groep, zodat je symbolisch duidelijk maakt dat het bij jou oké is om fouten te maken (want daar leren je spelers van en dus gaan ze beter spelen!).

5. Maak een positieve-puntenkaart

Schrijf de namen van de spelers van jouw team op en noteer tijdens de wedstrijd bij iedere naam drie positieve punten (en je weet: eerlijk en concreet!). Dit dwingt je om vooral te kijken naar wat er wél goed gaat. En geeft je de kans om bij de nabespreking over iedereen iets positiefs te zeggen, ook de spelers die niet zo opvallen.

6. Stel een cultuurbewaker aan (voor jeugd)

Stel een ‘cultuurbewaker’ aan binnen de groep ouders van jouw spelers, die langs de lijn de andere vaders en moeders kan aanspreken op hun gedrag en zorgt dat ook de supporters vooral positief zijn (juist ook als het spannend is of het niet zo goed gaat!).

7. De kritieksandwich

Breng kritiek zoveel mogelijk in deze vorm: geef een constructieve aanwijzing (lees: vertel niet wat er niet goed ging maar wat de speler de volgende keer beter kan doen) en geef als het even kan zowel daarvoor als daarna positieve impulsen. De ‘kritiek-sandwich’! (Gebruik daarbij de ‘als-dan-redenatie’, zodat je eigenlijk gedwongen wordt om de kritiek constructief te brengen én niet vergeet om te vertellen wat het gevolg is zodat de acceptatie hoger is.)

8. Achterhaal de drijfveren

Achterhaal de ‘drijfveren’ van je spelers: ga individueel met ze in gesprek over wat ze leuk vinden aan sport en waarom ze bijvoorbeeld naar de wedstrijden komen, en pas jouw communicatie met je spelers daar op aan.

9. Stel open vragen

Stel vaak ‘open vragen’ (zoals: ‘Wat zou je de volgende keer anders kunnen doen?’).

Meer info: http://positiefcoachen.nl/