trainingsopbouw

Trainingsopbouw | De kern van een volleybaltraining

Elke training heeft een bepaalde indeling en structuur: de ‘trainingsopbouw’. Een goede training moet een logische lijn in bewegingsvormen bevatten. De verschillende onderdelen moeten met elkaar verband houden en logisch in elkaar overvloeien. Hoe ziet een goede trainingsopbouw eruit en uit welke onderdelen bestaat deze? In een eerdere blog bespraken we al de fase van de introductie en de warming-up, in deze blog behandelen we het tweede gedeelte: de kern.

De Kern 

Het gedeelte direct na de warming-up noemen we de kern: het centrale deel van een training. De kern van de training moet gezien worden als het gedeelte van de training waarin ‘leren’ centraal staat. In dit deel van de training worden (nieuwe) vaardigheden of technieken aangeleerd, verbeterd of toegepast, zodat die later kunnen worden gebruikt in een groter geheel of in een wedstrijd. Deze kern wordt vaak weer verdeel in twee (of meer) aan elkaar gekoppelde onderdelen: Kern 1 en Kern 2. Dit is de methodiek die bij volleybal (en andere spelsporten) het meest wordt gebruikt. Je kan er bijvoorbeeld aan denken dat je in de eerste kern iets aanleert en dat in de tweede meer toepast. Maar het kan ook zijn dat je twee vaardigheden aan elkaar koppelt. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Kern 1: ‘het verbeteren van de aanval op positie 4, uit opgegooide bal’ en ‘het verbeteren van de set up naar positie 4’
  • Kern 2: ‘het verbeteren/toepassen van de aanval uit een set up van een medespeler op positie 4’.
Kern 1

In Kern 1 leren we spelers nieuwe bewegingen en technieken aan. De reden om dit meteen aan het begin van de training te doen ligt in het feit dat het leerproces bij spelers sneller en makkelijker verloopt wanneer zij nog fit en niet vermoed zijn. De informatieopname van aanwijzingen verloopt beter.

Het is dus zaak om nog niet bekende onderdelen van het volleybal aan het begin van de training uit te leggen en te laten uitvoeren. Dit kan zowel op het technische als het tactische vlak zijn.

– Tekst gaat door onder de foto –

trainingsopbouw

Kern 2

Dit onderdeel van de training gebruiken we om het reeds geleerde in de praktijk te brengen. De spelers kennen de bewegingen, maar deze zijn nog niet zo vast en zijn zeker geen automatisme.

Het accent ligt hier meer op samenwerking met andere spelers en op het verbinden van verschillende spelhandelingen. In Kern 2 zien we dus meer:

  • Gamelike oefeningen
  • Teamplay
  • Met elkaar verbonden spelhandelingen
    • Servicespel
    • Side-outspel (pass – set-up – aanval)

Ook kunnen we in Kern 2 de handelingssnelheid vergroten en meer druk op de ketel zetten. De oefeningen worden verzwaard door:

  • Spelers onder moeilijkere ruimtelijke omstandigheden hun balcontact te laten uitvoeren
  • Het tempo van de oefening te verhogen
  • Meer weerstand tegenover de handeling te plaatsen.
Doelstelling

Wat je in de kern van jouw training behandelt, is afhankelijk van jouw trainingsdoelstelling (die weer afhankelijk zal zijn van de jaarplanning).

Voor zowel de spelers als de trainer is het handig om duidelijk aan te geven wat nu eigenlijk het doel van de training is. Waarom?

  1. De trainer geeft op meer gestructureerde manier training als hij weet wat hij wil bereiken. Je werkt dus doeltreffender en doelmatiger.
  2. Een doelstelling structureert de training voor de spelers. Een speler zal zo eerder de ‘zin’ van de verschillende oefeningen begrijpen en hopelijk makkelijker leren.
  3. Tot slot helpt het formuleren van doelstellingen ook bij het afleggen van verantwoording voor bepaalde middelen, naar de spelers, maar bijvoorbeeld ook naar het bestuur en/of de technische commissie.

Wat is dan een goede doelstelling voor een training? Daaraan besteden we uitgebreid aandacht in onze verschillende opleidingen, maar onthoud in elk geval dat je een doelstelling formuleert aan de hand van het volgende A-B-C-D’tje:

  • Aangepast aan het niveau van de speler
  • Bereikbaar voor de speler
  • Controleerbaar
  • Duidelijk geformuleerd
De accenten binnen de oefeningen

Het doel dat je stelt voor een training of oefening is globaal. We verkleinen het doel en maken dit nog specifieker door voor de groep of voor individuele deelnemers accenten te formuleren. Het accent is dat deel van een techniek of spelonderdeel waarop de deelnemer en de trainer focussen. Het doel van een kern van de training kan bijvoorbeeld zijn ‘het verbeteren van de servicepass vanaf positie 1’. Binnen de uitvoering kan het accent worden gelegd op de voetenstand, of de houding van de romp. We zouden nog veel meer accenten kunnen noemen. De kunst is echter om het aantal doelen en accenten beperkt te houden. Eén of twee accenten is voldoende. Als je op teveel zaken wilt focussen verbeter je waarschijnlijk niets. Ideaal is als elke speler een individueel accent heeft tijdens een oefening. Niet iedereen is immers even ver in zijn leerproces.

Meer informatie?

Wil je meer weten? Kijk dan eens bij onze opleidingen of neem contact met ons op via info@scherp-volleybal.nl.