techniek blokkering

De ideale techniek bij blokkeren

Trainen is een proces om spelers zich te laten ontwikkelen tot betere volleyballers. Dat kan op allerlei verschillende manieren, waarvan het verbeteren van de individuele techniek van de spelers waarschijnlijk het eerste in je opkomt. In deze blog besteden we aandacht aan de belangrijkste technieken van het blokkeren en geven we een aantal aandachtspunten voor tijdens het trainen van deze beweging.

De ideale techniek bestaat niet

Laten we gelijk met de deur in huis vallen. Volgens ons bestaat er geen ideale techniek voor de blokkering. Voor geen enkele volleybalbeweging trouwens (bovenhands, onderarms, aanval, whatever). De nieuwste inzichten zijn anders: een beweging moet draaien om de uitkomst ervan, niet om de beweging zelf. Het doel staat voorop en kan op meerdere manieren behaald worden. Als een speler in jouw team dus z’n handen niet op schouderhoogte houdt bij de verplaatsing, maar wel keer op keer de tegenstander afblokt, heeft hij het dan verkeerd gedaan? Natuurlijk niet!

Het doel van de blokkering is om het de aanvaller van de tegenstander zo lastig mogelijk te maken om direct te scoren. Natuurlijk is het het mooiste als de aanvaller geen kant meer op kan, in het blok slaat en de bal gelijk op de grond ligt, maar een blokkering staat er ook vooral om het de veldverdedigers eenvoudiger te maken. Het blok dekt een deel van het achterveld af, waardoor de kans klein is dat de bal daar terecht zal komen. Daardoor kunnen de veldverdedigers zich alvast opstellen op een plek waarvan het waarschijnlijk is dat de bal daar belandt.

Hoe scherm je dat gedeelte van het veld nou het meest effectief en efficiënt af? Dat is eigenlijk de vraag. En dat verschilt waarschijnlijk per speler. Jij zult als trainer dus moeten beoordelen of de techniek die jouw spelers gebruiken effectief en efficiënt genoeg is om dat doel te bereiken. Daarvoor kun je natuurlijk wel handvatten gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld topspelers observeren. Hoe verplaatsen zij? Hoe zetten zij hun handen? Wat doen ze nadat ze geblokkeerd hebben? Je zult zien dat er veel overeenkomsten zijn tussen spelers, maar dat niet iedere speler exact dezelfde bewegingen uitvoert.

Twee eenvoudige regels
  • Blokkeerders hangen voordat er geslagen wordt.
  • Blokkeerders springen eerder dan aanvallers.

Twee eenvoudige, algemene regels die verband houden met elkaar. Als je een goed blok wilt zetten, zul je als blokkeerder moeten hangen voordat er geslagen wordt. Zo niet, dan is er een grote kans dat de aanvaller over het blok heen slaat. Dit betekent dus ook dat de blokkeerder eerder moet springen dan de aanvaller. Dat klinkt logisch, maar hier zul je dus ook op moeten trainen en op moeten corrigeren. Een speler kan zijn handen nog zo goed plaatsen, als hij te laat springt, zal zijn blok minder goed zijn. Ofwel: timing is everything.

Uitgangshouding

Als we kijken naar de uitgangshouding van topspelers tijdens het blokkeren, vallen de volgende dingen op: ze kijken naar de pass, de spelverdeler en de eerste fase van de set-up, ze houden hun voeten op ongeveer op schouderbreedte, hun knieën licht gebogen en hun handen op schouderhoogte.

Verplaatsing

Bij het verplaatsen zie je bij topspelers vaak twee verschillende dingen: of een korte verplaatsing met side-steps of een langere verplaatsing met een kruispas.

Sidesteps bij blokkering (kleinere aansluitingspassen)

Kruispas bij blokkering (grotere stappen)

Schouders worden vaak evenwijdig aan het net gehouden en de handen blijven rond schouderhoogte. Verder is het belangrijk dat de verplaatsing wordt aangepast aan de set-up (en vooral de eerste helft van de balbaan). Dit heeft weer alles te maken met timing.

Speelhouding/afzet

Bij de afzet zie je dat spelers hun voeten loodrecht op het net plaatsen, met hun knieën een hoek van ongeveer 90 graden maken en de buikspieren goed aanspannen. Om de afzet te ondersteunen kunnen de handen nog iets naar beneden zakken. Daarna wordt er maximaal afgezet, waarbij de armen direct over het net worden geplaatst.

Balcontact

Na de afzet, wil je het liefst dat je als blokkeerder balcontact maakt. Hiervoor zul je je schouders moeten optrekken, je vingers moeten spreiden en je polsen moeten fixeren (voor een aanvallend blok buig je je polsen naar voren, voor een verdedigend blok licht naar achteren).

Vervolgactie

Om een netfout te voorkomen is het verstandig om je armen na het balcontact naar achteren te bewegen. Draai je na de landing om in de richting van de bal en maak je klaar voor de volgende actie.

Oefening

Een simpele oefening om te beginnen met blokkering is om alleen je buitenste hand te gebruiken bij een aangeslagen bal van de aanvaller. De aanvaller staat op een verhoging (bijvoorbeeld een springkast) en creëert een succesbeleving bij de blokkering. De blokkeerder zet de lijn rechtdoor dicht en let alleen op het eigen moment van springen. Zorg ervoor dat de hand voor de bal hangt voordat deze wordt geslagen. Na de oefening met één hand wordt de tweede hand erbij betrokken. De uitgangshouding is met de handen ter hoogte van de oren en niet te ver boven het hoofd. Bij het springen houdt de speler de spanning op de core en schouders. Op het laatste moment moeten de armen en handen naar voren gestrekt en de pinken naar buiten gehouden worden.

Bij de volgende stap moet er verplaatst worden voordat er geblokkeerd wordt. De voet aan de kant waar de blokkeerder heen gaat moet iets ingedraaid zijn. Zwaai niet teveel met je armen in verband met de netfouten en zet de zijwaartse snelheid om in opwaartse snelheid. Zorg voor een goede spanning in je lichaam en vooral je buikspieren om goed te kunnen draaien en corrigeren op het moment van springen.

Bij een tempoaanval:

Op een tempoaanval van de tegenstander is het als blokkeerder niet mogelijk om nog veel na te denken over de slagarm, aanlooprichting etc. Op tijd springen en zonder nadenken voor het killpunt gaan werkt meestal het beste. Pas de veldverdeling hierop aan.

De uitgangspositie van de buitenblokkering mag best een flinke stap naar binnen zetten voor de assistentie van het midden. Het zweven naar de buitenkant is niet erg. Het trainen van de buikspieren en core kan hierbij van pas komen.

Leg met een tweemansblokkering de focus en het accent op de bal tegenhouden, het bouwen van een muurtje en de succesbeleving.

Meer weten?

Meer weten over blokkering of over het aanleren en corrigeren op andere volleybaltechnieken? Kijk eens bij onze opleidingen.

Bron: Volleybal aan de basis

 

Leave a Comment